Terug naar de galerij
Luiheid 1558

Kunstwaardering

Dit meeslepende werk presenteert een levendig tableau vol ingewikkelde details en een melancholische sfeer die de kijker intrigeert. De compositie lijkt op een druk dorpsplein, gekenmerkt door een gevoel van chaos; figuren zijn verspreid over het landschap in verschillende stadia van lethargie. De centrale focus lijkt te zijn op een individu die lui op de grond ligt, terwijl anderen zich bezighouden met vergelijkbare passieve gedragingen, wat het thema van luiheid benadrukt als een van de zeven doodzonden. De kunstenaar gebruikt scherpe contrasten tussen licht en schaduw, waardoor het dramatische effect wordt versterkt en de sombere tonen van het stuk worden onderstreept.

Opmerkelijk is de zorgvuldige aandacht van de kunstenaar voor de details; de texturen van de aarde, het loof en de kleding komen tot leven door middel van nauwkeurige lijnen. Het kleurenpalet is gedempt maar rijk, voornamelijk bestaande uit aardetinten die een gevoel van gewicht en inertie oproepen. De expressie van elke figuur weerspiegelt verveling – of het nu een gebogen houding is of een lege blik, de emotionele impact weerklinkt diep en roept reflectie op over de menselijke natuur. Historisch gezien functioneert dit stuk als moreel commentaar, dat de gevolgen van genot en luiheid illustreert, een passende spiegel van de sociale attitudes in die tijd. De kunst hier resoneert met een blijvende betekenis die het publiek aanzet om hun eigen keuzes te overdenken.

Luiheid 1558

Pieter Bruegel de Oude

Categorie:

Gemaakt op:

1558

Likes:

0

Afmetingen:

4000 × 3087 px
500 × 385 mm

Downloaden:

Gerelateerde kunstwerken

Londen roept een visverkoper
Zelfportret met portret van Émile Bernard (De ellendigen)
Een vrouw die leunt op een guéridon
De hertog van Wellington 1812-1814
Portret van generaal baron Claude-Marie Meunier
Studie voor de Aardappeleters
De persoon die aardappelen oogst
Christian Munch op de bank
1878 Rue Saint Denis, feest op 30 juni 1878
Hamlet wordt verleid om de koning te doden (Act III, Scene III)